terug naar overzicht

Er zijn vele verschillende organisatiemogelijkheden om tablets in de klas mogelijk te maken

Schoolcontext

Er zijn verschillende mogelijkheden om de aanwezige tablets in de school te organiseren. Uit een bevraging in het najaar van 2015 bij 110 ICT-coördinatoren en directieleden van secundaire scholen in Vlaanderen, blijkt dat 44% van de scholen 10 of meer tablets heeft. In 92% van deze gevallen heeft de school een aantal tablets ter beschikking (bv. in een koffer) die verplaatst kunnen worden en zo gebruikt kunnen worden tijdens bepaalde lessen. Een kwart van deze scholen laat de leerlingen zelf hun tablet meenemen naar school (Bring Your Own Device, BYOD). Slechts een klein aantal scholen (6%) geeft haar leerlingen de kans om tablets te huren. Elk van deze organisatiemogelijkheden heeft implicaties voor het ICT-beleid en de lespraktijk.

De organisatie van tablets binnen een schoolcontext kan op verschillende manieren gebeuren. Leerlingen kunnen elk hun eigen tablet meenemen (dit wordt ook wel Bring Your Own Device (BYOD) genoemd), er kan een tabletkoffer met meerdere tablets de school rondreizen, of de school kan leerlingen de mogelijkheid aanbieden om een tablet te huren of te kopen aan een voordelig tarief. Een ‘digitaal goed uitgeruste school’ dient een aantal benchmarks te halen betreffende infrastructuur, snelle breedbandverbinding (min 10mbps) en hoge mate van ‘connectedness’ (v.b. aanwezigheid van website, email, elektronische leeromgeving en lokaal netwerk, zie hier voor meer info). Uit onze studie bij 141 directieleden en ICT-coördinatoren uit het Vlaamse secundair onderwijs blijkt dat er gemiddeld 1 vaste computer is per drie leerlingen, 1 laptop per 11 leerlingen, 1 tablet per 31 leerlingen en 1 smartboard per 44 leerlingen. Op het eerste zicht lijkt dit niet zo veel, maar in vergelijking met Europese benchmarks uit 2013, kunnen we concluderen dat we hoger scoren dan het Europese gemiddelde. Wanneer we het tabletbezit in scholen meer in detail bekijken, heeft net niet de helft van de scholen (44%) tien tablets of meer, wat wij zien als de minimumvoorwaarde om tablets optimaal in een klascontext te gebruiken. We zien dat de grote meerderheid van deze scholen opteert voor een tabletkoffer (92%). Een kwart laat de leerlingen zelf hun tablet meenemen naar school (BYOD) en slechts een klein aantal scholen (6%) geeft haar leerlingen de kans om tablets te huren of aan te kopen. Terwijl BYOD nog beperkt blijft over alle scholen heen, wint het aan belang bij die scholen waar 10 tablets of meer aanwezig zijn.

Wat de beste structuur is, is moeilijk te zeggen, en is afhankelijk van de visie van de school. Bij elk van deze opties zijn er al een aantal ‘schoolvoorbeelden’. Zo besliste het Sint-Jozef Sint-Pieter in Blankenberge om radicaal voor een iPadschool te gaan en legde ze de minimumvoorwaarden vast waaraan een iPad moet voldoen. De leerlingen die nog niet over een iPad beschikken, zien dan wel de huur/aankoop van een iPad, de eventuele verzekeringspremie en de hoes bij hun schoolkosten komen. Het Lucerna College in Antwerpen koos dan weer voor één iPad-klas, waarin enkel leerlingen worden toegelaten die hoge resultaten behalen. Scholen die besluiten dat klassen praktisch voltijds met tablets aan de slag gaan, komen echter weinig voor. Door de afwachtende houding van de uitgeverijen, is er een tekort aan digitaal leermateriaal, waardoor de druk op de leraren des te groter is om zelf de meerwaarde van tablets te ontdekken.  Daarom opteerden veel meer scholen voor een tabletkoffer (b.v. Sint-Jozefinstituut Hamme, Koninklijk Atheneum Zottegem, Koninklijk Atheneum Ieper, en vele anderen).

Scholen die opteerden voor het BYOD-principe zijn minder publiek bekend, maar daarom niet minder aanwezig (b.v. Provinciale Secundaire School Diepenbeek). Toch brengt dit heel wat technische en inhoudelijke vragen met zich mee die uniek zijn bij dit organisatiemodel. De toestelkeuze wordt hier aan de leerlingen en hun ouders overgelaten. De school kan wel advies geven door minimumvoorwaarden op te leggen waaraan het toestel moet voldoen, dit is een lijst met eigenschappen waarover het toestel moet beschikken. Daarnaast kunnen een aantal heel concrete toestellen worden voorgesteld die de kwaliteitstest van de school hebben doorstaan. Hier kan samengewerkt worden met een commerciële partner (v.b. Easy-M Leuven), die in overleg met de school een beperkt type toestellen verkoopt aan de leerlingen en medewerkers van de school, wat het beslissingsproces voor de gezinnen en de dienst na verkoop op schoolniveau vereenvoudigtd.

Hieronder trachten we een aanzet te geven van de minimum-specificaties bij tablets:

  • Opslag: 32 GB of 8 GB + extern geheugen
  • Scherm: 9 inch display (kleiner dan 8 inch, is niet gebruiksvriendelijk genoeg als werktoestel)
  • Batterij: 8 uur (1 lesdag)
  • Internet: wifi (3G/4G niet noodzakelijk indien wifi-netwerk op school uitgebreid en kwalitatief is)
  • Camera
  • Sensoren: GPS
  • Accessoires: beschermhoes (die de hoeken van het glas beschermd), koptelefoon

Een BYOD-beleid heeft ook implicaties voor het ICT-beleid en de lespraktijk, omdat de kosten, rechten en plichten diffuser worden. Afhankelijk van het ICT-beleid dat van kracht is op school, dient men ermee rekening te houden dat leerlingen met hun persoonlijke tablet kunnen inloggen op het wifi-netwerk. Zo kan men van elk toestel het unieke MAC-adres registreren, zodat je als ICT-coördinator controle hebt over het aantal toestellen dat kan inloggen op het wifi-netwerk en zo kan vermijden dat smartphones ook gebruik maken van het schoolinternet. Een meer open oplossing is een wifi-netwerk voorzien voor de leerlingen, waarvan het wachtwoord gecommuniceerd wordt met hen. Dit wifi-netwerk is verschillend van het administratief netwerk waartoe de administratieve diensten, directie, etc. toegang hebben.

Doordat de kosten en verantwoordelijkheden van alle stakeholders vager worden bij een BYOD-organisatievorm, dient men hier als school op in te spelen in het ICT-beleid. Formuleer heel duidelijk de rechten (b.v. social-mediagebruik, persoonlijk gebruik, …) en plichten (b.v. dagelijks batterij opladen, tablet voorzien van wachtwoord, wekelijkse backups, …) van de leerlingen. Zorg ervoor dat hierin ook bepaald is wie opdraait voor de kosten als een tablet valt of gestolen wordt. Dit kun je combineren met het proactief inspelen op ongelukken door een beschermhoes en tabletverzekering te verplichten (cf. Sint-Jozef Sint-Pieter).



Poll Maker
Bronnen:
  • van Wetering, M., & Desain, C. (2015). Trendrapport 2014-2015 Technologiekompas voor het onderwijs. Zoetermeer, NL.
  • vragenlijststudie ICT-coordinatoren en directies, november 2015