terug naar overzicht

Typend of tikkend leren zorgt niet voor minder leerwinst dan schrijvend leren

Didactisch en pedagogisch handelen

Is schrijven nog nodig in dit digitaliserend onderwijs? En laat een tablet wel voldoende toe om goed te studeren, aangezien je er meestal niet op schrijft en er zelfs geen toetsenbord aanhangt? Een onderzoek bij 282 leerlingen uit het ASO-onderwijs naar de zin en onzin van schrijven, typen en meerkeuzevragen bij het leren van Franse woordenschat tracht duidelijkheid te scheppen. Afhankelijk van de doelstelling, zijnde memorisatie en/of leren spellen, dienen leerlingen de tijdsinvestering te maken om woorden te typen of te schrijven in plaats van enkel meerkeuze-oefeningen te maken op de tablet. Zo bleek dat leerlingen, ongeacht hun leermethode, de Franse woordenschat even goed memoriseerden, zelfs op langere termijn. Indien specifieke eigenschappen, zoals spelling of accenten mee in rekening worden gebracht, scoren leerlingen hoger indien ze de woorden al schrijvend (met stylus) of typend geleerd hebben.


Daarom adviseren we leraren dat woordenschatkennis het best getest wordt via een schrijftest. Afhankelijk van het type woordenschat (met of zonder accenten) en het type test (meerkeuze of zelf aanvullen), leren leerlingen accentrijke woordenschat het best met een pen of stylus in de aanslag. Ondanks de vaak gehoorde opmerking dat een tablet niet evenveel mogelijkheden schept als pen en papier, zien we dus dat schrijven met een stylus eveneens tot leerwinst leidt. Ook typen via een touchscreen toetsenbord kan lonen indien enkel spelling in rekening wordt gebracht of enkel accentloze woorden worden geleerd.

Als onderzoeker gingen we er sinds de start van het EduTab-project van uit dat leerlingen en leraren ons met open armen zouden ontvangen als we zeiden dat we onderzoek deden naar tablets in het onderwijs. Die open armen gingen echter wel vaak gepaard met ‘ja, maar …’. Leerlingen geloven in het potentieel van tablets om lessen leuker te maken, maar ze zijn er niet van overtuigd dat ze ook van dienst kunnen zijn tijdens het studeren van de taalvakken. Vele apps om talen te leren bestaan uit oefeningen met meerkeuzevragen, en een tablet laat ook niet toe om woorden te schrijven. Vooral oudere leerlingen propageren dat schrijven deel uitmaakt van het leren van een taal, want ‘de woorden moeten in de vingers zitten’. De vele accenten waarmee de Franse taal verrijkt is, stellen de leerlingen bovendien voor een extra uitdaging. De vraag of leerlingen inderdaad meer en/of beter leren door te schrijven dan te typen op een tablet, trok onze interesse. De reeds bestaande studies maken een vergelijking tussen de klassieke pen en digitale inputmedia (zoals een toetsenbord), maar wij besloten het over de digitale boeg te gooien. We gingen na wat het belang is van schrijven bij het verwerven van Franse woordenschat met behulp van een tablet door het gebruik van een stylus, touchscreen toetsenbord en meerkeuzevragen te vergelijken.

282 leerlingen (14 klassen) van drie Vlaamse scholen uit de eerste, tweede en derde graad ASO namen deel aan dit onderzoek dat drie lessen in beslag nam. Iedereen ging aan de slag met tablets om Franse woorden te leren, enkel de manier waarop de leerlingen woordenschatoefeningen oplosten verschilde. Afhankelijk van de toegewezen conditie, vulden de leerlingen het ontbrekende Franse woord in een zin aan door te schrijven, te typen of het juiste antwoord aan te duiden (meerkeuzevragen).

Eerst en vooral boekten alle leerlingen vooruitgang, ongeacht of ze nu de ontbrekende woorden schreven, typten of aanduidden. Ook de meerkeuzegroep memoriseerde de woorden niet per se slechter dan de andere groepen. Dat met een tablet geen vreemde woordenschat kan aangeleerd worden, klopt dus niet.

Maar met memorisatie alleen, schrijf je een woord niet correct. Daarom gingen we ook na of de leermethode een invloed heeft op de mate waarin men in staat is om woorden correct te schrijven qua spelling en accenten. Zo vonden we dat de leerlingen in de schrijf- en typconditie de woorden meer correct schreven dan de leerlingen die de woorden oefenden door middel van meerkeuzevragen. Niet alleen op vlak van spelling moest de meerkeuzeconditie het onderspit delven, ook bij accenten presteerden ze significant lager. Zo wisten ze bij minder dan de helft van de woorden de correcte accenten aan te brengen.

Ondanks de positieve evolutie bij elk van de oefenmethodes op vlak van woordenschatmemorisatie, blijken sommige methodes dus toch meer weggelegd om vreemde woorden te leren dan andere. Het ‘zit-in-de-vingers’-argument blijkt een grond van waarheid te hebben: zo vonden we dat de meertijd die leerlingen nodig hebben om woorden neer te schrijven of te typen ervoor zorgt dat de woorden uiteindelijk vaker correct geschreven worden. Dat is ook wat de leerlingen zelf aanhalen op het einde van het onderzoek. Dat dit niet zou kunnen met een tablet, is echter onwaar.

We adviseren leraren bijgevolg dat leerlingen het best getest worden op hun woordenschatkennis met een schrijftest. Leerlingen leren accentrijke woordenschat het best met een pen of stylus in de aanslag. Indien enkel spelling  in rekening genomen wordt (en dus geen woorden met accenten moeten worden geleerd), kan typen ook overwogen worden. Het aanbieden van oefeningen met meerkeuzevragen blijkt goed om de woordenschat te memoriseren, maar onvoldoende om de spelling van de woorden aan te leren.



Who wants a stylus? You have to get 'em, put 'em away, you lose 'em, yuck. Nobody wants a stylus.

Steve Jobs, 2007

Door te schrijven, heb je de schrijfbeweging van het woord in je hand.

meisje, 15 jaar

Je leert de correcte spelling niet door meerkeuze-oefeningen te maken.

meisje, 18 jaar

Bij meerkeuzetesten, staat het juiste antwoord ertussen. Als je iets niet weet heb je veel kans dat je juist gokt.

jongen, 15 jaar

Poll Maker
Bronnen:
  • Longcamp et al., 2008, 2006; Stevenson & Just, 2014; Wong, Chai, & Gao, 2011
  • interventie-onderzoek voorjaar 2015