terug naar overzicht

De Vlaamse overheid wil inzetten op digitale geletterdheid en mediawijsheid

Leerlijnen

In oktober 2014 werd de Beleidsnota Onderwijs voor de termijn 2014-2019 voorgesteld. Een van de speerpunten van deze nota is digitale mediawijsheid. Niet alleen dienen leerlingen vertrouwd te zijn met digitale technologieën, ook moeten ze kunnen omgaan met de nieuwe risico’s die gepaard gaan met het gebruik van ICT’s, zoals cyberpesten en schending van privacy. Leraren zijn niet altijd enthousiast om in hun lessen mediawijsheid aan te kaarten, omdat ze het gevoel hebben dat leerlingen beter met technologie omkunnen dan zijzelf. Daarom wordt ondersteuning voor leraren voorzien, en allerhande initiatieven bieden ook lessenpakketten aan voor leerlingen.


Deze digitale geletterdheid en mediawijsheid komen expliciet aanbod bij de leermiddelen-pijler van de beleidsnota, maar ook impliciet, via opleidingen, de vakoverschrijdende eindtermen, infrastructuurstimulering en onderzoek en innovatie, wordt getracht in te zetten op mediacompetenties.

Het Vlaams onderwijsbeleid inzake ICT is gebaseerd op vijf pijlers: leermiddelen, ondersteuning & opleidingen, curriculum, infrastructuur en onderzoek & innovatie. Deze pijlers zijn terug te vinden in elke legislatuur, maar elke minister legt zijn/haar eigen accenten. Binnen deze verschillende pijlers lopen er steeds een aantal projecten. Onder leiding van het kabinet van Minister van Onderwijs Crevits werd de beleidsnota van 2014 - 2019 opgesteld, waarin het diverse Vlaamse onderwijslandschap beschreven wordt. Sommige scholen opteren één-op-één computing (een digitaal toestel voor elke leerling), andere kiezen voor tabletkoffers, nog andere zijn meer overtuigd van laptopklassen. Een groot deel van de scholen heeft echter nog steeds een beperkte ICT-infrastructuur waardoor de minister graag innovatieve leeromgevingen wil stimuleren. Zo is er bijvoorbeeld de ‘School van de Toekomst’, waarbij een gebouw uitgerust is met de meest innovatieve en duurzame oplossingen om een meer stimulerende lesomgeving aan te moedigen, en ‘Creative Classroom’, een internationaal pilootproject dat net werd afgerond en dat beleidsmakers en scholen zou moeten helpen in het maken van beslissingen inzake het integreren van tablets in het onderwijs3.

 

Wat betreft de eerste pijler die handelt over leermiddelen geeft de minister in haar nota aan in te willen zetten op (digitale) geletterdheid en mediawijsheid bij leerlingen en leraren. Een dienst die in dit kader wordt ondersteund door de overheid, is het Vlaams Instituut voor Archivering (VIAA). Deze dienst staat in voor de digitalisering van het archiefmateriaal van de Openbare Omroep. Via het ‘Testbeeld’-platform zullen leraren toegang hebben tot dit materiaal. Toch vragen leraren zich soms af of inzetten op mediawijsheid wel zinvol is, of zij hun leerlingen, de ‘digital native’ die met ICT opgegroeid is, wel iets kunnen bijleren. Ze geven aan dat hun leerlingen beter met technologie om kunnen dan zijzelf, en dat ze daarom niet graag les geven met ICT. Toch is het belangrijk in te zien dat mediawijsheid veel verder gaat dan knoppenkennis. De jongeren van de 21ste eeuw kunnen inderdaad vaak snel overweg met nieuwe technologieën. Maar kunnen zij er ook kritisch mee omgaan? Kunnen zij technologie inzetten om bepaalde doelen te bereiken, zoals het maken van samenvattingen (iets wat verder gaat dan knoppenkennis)? Het Kenniscentrum voor Mediawijsheid tracht leraren alvast enkele handvaten aan te reiken door middel van handige tools en overzichtelijke lessenpakketten, zoals info over grooming, cyberpesten, reclamewijsheid en auteursrecht. Door het ICT-beleidsplan te laten doorlichten en een actieplan op maat te maken, kun je als school ook het eSafety-label verdienen.

 

Een tweede pijler is ondersteuning en opleidingen. Men wil zorgen voor expertiseontwikkeling bij de verschillende betrokken stakeholders in de onderwijssector. In het verleden werden hiervoor reeds verschillende projecten ontwikkeld. In een eerste project rond nascholing werden in iedere provincie nascholingsorganisaties opgericht. Tienduizenden leraren volgden vormingen, maar bij de evaluatie bleek dat leraren de inzichten niet in de praktijk konden gebruiken. Leraren kregen bijvoorbeeld les over het werken met moderne pc’s, maar konden in de klas of op school enkel oude pc’s gebruiken. Er werd nadien een nieuw project opgestart, waarbij geld werd gegeven aan het Samenwerkingsverband Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten (SNPB), een vzw waarin de verschillende onderwijskoepels samenwerken. Zo werden de vormingen gekoppeld aan de scholen zelf en in de scholen gegeven. Dit project was behoorlijk succesvol maar omwille van de besparingsronde in het onderwijs, heeft men echter moeten beslissen om dit stop te zetten. In de huidige legislatuur wordt enkel nog ingezet op het vormingstraject ‘Mediacoach’, dat zowel financieel als in tijd en werklast heel intensief is, maar qua omvang heel beperkt blijft. Daarnaast wil het kabinet ook zorgen voor e-learning als nascholingskanaal voor leraren. Verschillende spelers onderzoeken de mogelijkheden en drempels omtrent e-learning en massive open online courses (MOOC’s). Een sterkte hiervan is dat de leraar zich niet meer hoeft te verplaatsen en de bijscholing vanuit zijn omgeving kan volgen. De voornaamste drempel van e-learning is dat de meeste cursussen op dit moment enkel beschikbaar zijn in het Engels.Verder zet de overheid al een aantal jaar in op ICT-coördinatie, door middel van het financieren van ICT-coördinatoren, waarvoor 21 miljoen euro werd uitgetrokken. De financiering gebeurt op basis van het aantal leerlingen per school, hiervoor worden uren toegekend per scholengemeenschap, die vrij is om dit naar eigen keuze in te zetten. Sommige scholen combineren alle uren binnen de scholengemeenschap voor een aantal voltijdse technische ICT-coördinatoren en een aantal pedagogische ICT-coördinatoren. Deze zijn dan beschikbaar voor de verschillende scholen. Andere scholen eisen binnen hun scholengemeenschap dat de ICT-coördinator een vast aantal uren per week op hun school aanwezig is. De overheid legt geen formele criteria vast met betrekking tot de taakomschrijving van de ICT-coördinatoren.

 

De derde pijler, ICT in het curriculum, komt aan bod in de vakoverschrijdende eindtermen (VOETEN). Het minimumdoel is een inspanningsplicht voor de eerste graad. Deze inspanningsplicht bestaat onder andere uit: een positieve houding tegenover ICT, de bereidheid om ICT te gebruiken als ondersteuning bij het leren, het zelfstandig kunnen leren en oefenen in een ICT-ondersteunende leeromgeving. Voor de tweede en derde graad zijn er geen VOETEN inzake ICT, wel kunnen onderwijsinstellingen zich baseren op de nota Mediawijsheid waarin vooral aandacht wordt besteed aan het bewust omgaan met media. Hierbij dient men de kanttekening te maken dat deze nota is opgemaakt in 2012. Sindsdien heeft technologie een enorme evolutie gekend. Zo hadden slechts 12% van de Vlaamse secundaire scholen in 2012 tien of meer tablets, een aantal dat tegen 2015 reeds gestegen was tot 44% van de scholen.

 

Voor de vierde pijler, infrastructuur, werd in de jaren ‘90 door de overheid sterk geïnvesteerd in ICT-hardware voor het onderwijs. Dit gebeurde door middel van ‘gekleurd’ geld dat aan scholen werd uitgedeeld en enkel mocht worden gebruikt voor de aankoop van computers. Vanaf 2010 werd deze manier van werken echter stopgezet en besliste de Vlaamse overheid om de werkingsmiddelen van de scholen te verhogen. Vanaf dan moesten de investeringen inzake ICT- infrastructuur uit dit budget komen. De financiële crisis en verschillende besparingen hebben echter een nefast effect gehad op dit budget. De overheid erkent wel het belang van wifi op scholen, toch worden hiervoor geen subsidies gegeven. Wel is de huidige legislatuur bezig met onderhandelingen omtrent een nieuwe raamovereenkomst voor wifi op scholen. Hierbij wordt een prijs onderhandeld en vervolgens gefixeerd voor drie jaar. Op die manier wil men scholen de mogelijkheid geven om zich te voorzien van wifi met voldoende bandbreedte en aan een goedkope prijs.

 

Als we tot slot kijken naar onderzoek en innovatie wordt in de beleidsnota van minister Crevits een nieuwe afname van de ICT-monitor (ook wel MICTIVO) gepland in 2017, deze moet de ICT-integratie in het Vlaams Onderwijs in kaart brengen en is het voornaamste punt qua onderzoek en innovatie. In het huidige MICTIVO-rapport5 werd reeds onderzoek gedaan naar de ICT-infrastructuur anno 2012 in de Vlaamse scholen, maar dit rapport is reeds verouderd gezien de snelle technologische vooruitgang van de laatste jaren.


Poll Maker
Bronnen: