terug naar overzicht

Kan ik digitale leermiddelen best individueel aanbieden of mijn leerlingen in groep laten werken?

Didactisch en pedagogisch handelen

Idealiter wordt geopteerd voor een combinatie van beiden om zo meer variatie in de lespraktijk te creëren, maar deze keuze is vaak afhankelijk van de beschikbare digitale leermiddelen, alsook van het al dan niet stabiele schoolnetwerk en de maturiteit van de klasgroep. De belangrijkste voordelen die je als leraar nastreeft door leerlingen in groep te laten samenwerken zijn: peer-2-peer learning (leerlingen leggen de leerstof uit aan elkaar in hun eigen woorden), de leerstof blijft langer hangen en de leerlingen hebben het gevoel meer verantwoordelijkheid te krijgen. De voorwaarden voor goed ‘coöperatief leren’, of samenwerkend leren, zijn: 1) leerlingen moeten een positieve afhankelijkheid hebben van elkaar (1 iemand kan de opdracht niet alleen afronden), 2) Individuele verantwoordelijkheid (elke leerling is verantwoordelijk voor een deel van de opdracht), 3) Goede interactie tussen de leerlingen, 4) voldoende samenwerkingsvaardigheden en 5) evaluatie van het groepsproces. Deze voorwaarden tonen meteen ook het belang van samenwerkend leren om belangrijke vaardigheden aan te leren die nuttig zijn in de 21ste eeuw (bv samenwerken).

Bij een Edutab-onderzoek naar samenwerkend leren bij wiskundeleraren vonden we dat leraren vooral voorstander zijn om leerlingen in groep te laten werken met tablets tijdens twee momenten in het leerproces: verkenning en verdieping. Zo kunnen leerlingen samenwerken tijdens een eerste verkenning bij het begin van een nieuw hoofdstuk, waar de leerkracht vervolgens op inpikt samen met de ganse klas. Het tweede moment dat zich leent tot coöperatief leren is dan het verder inoefenen van materiaal dat eerst klassikaal is geïntroduceerd of waarvan reeds een basis gezien is. In dit opzicht is samenwerkend leren meer relevant wanneer de leerstof een analytische aanpak vereist of wanneer grote hoeveelheden oefeningen dienen opgelost te worden, omdat leerlingen dan elkaar kunnen helpen.

Als leraar dien je bijgevolg een afweging te maken tussen de tijdsinvestering die groepswerken vragen en de variatie tussen werkvormen die ervoor zorgt dat leerlingen meer betrokken zijn.

Om leerlingen te motiveren, moet je werkvormen combineren.


Bronnen:
  • Johnson, D.W. and R.T. Johnson. LEARNING TOGETHER AND ALONE. Englewood Cliffs, N.J.: Prentice Hall, 1991.
  • EduTab: kwalitief onderzoek, voorjaar 2015