terug naar overzicht

Hoe ziet een 'goed' ICT-beleidsplan eruit?

Visie en leiderschap

Een ‘goed’ ICT-beleidsplan heb je als school wanneer je een eigen visie hebt. Niet elke school hoeft een volledig digitale koers te varen en zelfs al kies je voor een digitale integratie, dan nog hoeven niet alle leermiddelen digitaal te zijn. Belangrijker is om te weten waarom je een bepaalde koers wel of niet bevaart.

 

In onderzoek dat kaderde in het EduTab-project, gevoerd in het najaar van 2015 bleek dat slechts 50% van de scholen een ICT-beleidsplan heeft. Het beleidsplan van 17 scholen kon worden ingekeken. Hieruit blijkt naast het hebben van een eigen visie vooral het belang van strategische doelstellingen met daaraan gekoppeld de nodige concretisering volgens het SMART-principe. Dit houdt in dat strategische doelstellingen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden geformuleerd worden. Het verschil tussen een gewone strategische doelstelling en een SMART strategische doelstelling is dus bijvoorbeeld: ‘de komende jaren zal geïnvesteerd worden in de ICT-infrastructuur’ vs. ‘om de ICT-infrastructuur te verbeteren, zullen binnen de vijf jaar alle vaste computertoestellen ouder dan vijf jaar vervangen worden door dubbel zoveel laptops.’ Slechts een klein aantal scholen heeft op dit moment een ICT-beleidsplan dat dergelijke SMART strategische doelen beschrijft. Uit datzelfde onderzoek bleek ook dat de visie gedragen moet worden door de directie. Om echte veranderingen te kunnen realiseren, zijn een paar enthousiaste leraren meestal niet genoeg. De visie wordt best vanuit een business perspectief benaderd, waarbij er duidelijk is nagedacht over: communicatie met ouders, leraren en leerlingen, het financiële plan, change management…


EduBit, de vakvereniging voor ICT-coördinatoren en directeurs omtrent ICT-beleid, ICT-beheer en ICT-praktijk op school heeft ook een ‘draaiboek voor goed ICT-beleid’ uitgewerkt, meer info vind je op hun website onder de rubriek ‘Publicaties’.


Bronnen:
  • EduTab: vragenlijstonderzoek najaar 2015